Re-integratie tweede spoor in 8 stappen

Re-integratie

Wanneer een medewerker ziek is, zal het in eerste instantie ieders bedoeling zijn dat deze persoon weer terugkomt in de organisatie. Helaas komt het ook voor dat de beperkingen dusdanig zijn, dat het eigen werk niet meer uitgevoerd kan worden. Wanneer er definitief of binnen afzienbare tijd ook geen mogelijkheden zijn op herplaatsing in een andere functie in de organisatie, is het tijd voor de volgende stap: re-integratie in het tweede spoor.
Het doel van het tweede spoor is dat belemmeringen om aan het werk te komen weg worden genomen en dat de arbeidsmarktpositie van de werknemer versterkt wordt, zodat de medewerker bij een andere werkgever aan de slag kan. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever en werknemer. De werkgever kan hiervoor een re-integratietraject inkopen bij Menea, ter ondersteuning hiervan.

Re-integratie stappenplan

In het re-integratietraject wordt planmatig gewerkt. In grote lijnen ziet het traject er als volgt uit:

  1. Het traject wordt aangemeld bij Menea. Op dat moment heeft de werkgever re-integratie in het eerste spoor afgesloten.
  2. De arbeidsdeskundige rapportage wordt bekeken. In deze rapportage is de uitgangspositie beschreven op het gebied van opleiding, arbeidsverleden, competenties, zwakke en sterke aspecten en beperkingen.
  3. Er vindt een intake plaats, die de start van de oriëntatie periode vormt. In deze periode worden de uitgangspositie en het gewenste einddoel geformuleerd. Daarbij wordt een plan opgesteld: welke activiteiten zijn nodig om belemmeringen weg te nemen, zodat de werknemer weer aan het werk kan in werk dat past bij zijn of haar beperkingen? De adviseur van Menea maakt in deze oriëntatie periode gebruik van diverse testen en opdrachten, zodat zo snel mogelijk inzicht verkregen wordt in wat de werknemer kan en wil en waar aan gewerkt moet worden.
  4. Vervolgens wordt het plan ten uitvoer gebracht. Er worden diverse instrumenten ingezet om het einddoel te behalen.
  5. Tussentijds wordt de haalbaarheid van het einddoel getoetst. Wanneer blijkt dat belemmeringen groter zijn dan ingeschat, wordt het einddoel bijgesteld.
  6. Wanneer bijstelling van het einddoel nodig is, vindt er terugkoppeling door Menea plaats aan de werkgever. Deze zal vervolgens maatregelen moeten nemen.
  7. Na eventuele bijstelling van het plan gaat het traject verder. Gedurende het traject zet Menea bijvoorbeeld trainingen, om de benadering van de arbeidsmarkt zo veel mogelijk te faciliteren. Daarnaast wordt de positie op de arbeidsmarkt versterkt, bijvoorbeeld door in te schrijven bij uitzendbureaus.
  8. Nadat een nieuwe functie is gevonden, wordt getoetst of de functie duurzaam en passend is.

Tijdens het re-integratie traject toetsen de werkgever, werknemer en Menea samen voortdurend of dit de kortste en adequaatste weg naar werk is. UWV toetst achteraf of het tweede spoor inhoudelijk adequaat is geweest. Als u als werkgever of werknemer twijfelt of het plan adequaat is, kunt u UWV vragen of uw re-integratie inspanningen voldoende zijn.

Wilt u weten welke criteria van belang zijn bij het opstellen en volgen van een adequaat plan? Neem contact op, wij vertellen u er graag meer over!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *